Archive for the ‘Bouw’ Category

Onbeschermde publieke belangen

zaterdag, oktober 8th, 2016

bouw-026-2016-08-27-175728

Bij een Europese aanbesteding worden we geacht onze menselijkheid even af te leggen. Alles moet immers objectief plaatsvinden, voor subjectiviteit is geen plaats. In de termen van Habermas zijn bij aanbesteden de leefwereld en de systeemwereld volledig gescheiden. De aanbesteding vindt volledig in de systeemwereld plaats. We kunnen er niet omheen, een en ander is wettelijk (voor overheidsopdrachtgevers) vastgelegd. We moeten voor lastige projecten een oplossing contracteren en een samenwerking aangaan via een volledig geformaliseerde “strijd”.

lees-verder

Oud gedrag

maandag, februari 15th, 2016

oud-gedragSoms hoor ik in de wereld van infrastructurele projecten laatdunkende geluiden over partijen die nog niet met de uav-gc, met SE en met SCB werken. Ze vertonen, zo luidt het dan “oud gedrag”. Dat kan zijn, maar oud gedrag is niet per se fout.

In “Bruikbare methoden” gaf ik al aan dat het gebruik van SE en SCB eigenlijk een reparatie is van een systeemfout. Omdat die systeemfout zelf nauwelijks beïnvloedbaar is, is de werkwijze waarbij gebruik wordt gemaakt van SE en SCB een bruikbare methode. Maar, het is geen heilige graal.

Als je niet gedwongen bent om door wetgeving of eigen interne regelgeving openbaar aan te besteden, dan zijn andere werkwijzen soms veel wijzer. Ook al deden we dat vroeger ook al zo. Vaak is een bekende, beproefde werkwijze echt te verkiezen boven “vernieuwende” werkwijzen. Vernieuwen is nooit een doel op zich!

Misschien zijn de plaatsen waar de oude werkwijze wordt gehanteerd wel de laatste geïsoleerde oases van wijsheid.

Zelfs als je openbaar moet aanbesteden, dan is aanbesteden via een RAW-bestek en gunnen op laagste prijs in heel veel gevallen zo gek nog niet (al zal je met de laatste regelgeving wel EMVI-criteria mee moeten nemen). Sommige opdrachtgevende partijen zijn daar heel goed in.

Kortom: “nieuw” is niet altijd en overal beter.

Bruikbare methoden

zaterdag, januari 23rd, 2016

methoden

In “Als je mocht kiezen …” schetste ik de onbevredigende staat van de huidige aanbestedingsregels. De wijze waarop de overheid in het algemeen en sommige overheden in het bijzonder hiermee om (moeten) gaan is in de loop van de tijd veranderd. Dit is grotendeels ingegeven door politieke zienswijzen, die vaak in wetten en soms in interne regelgeving van bepaalde overheidsorganisaties is omgezet.

Systematieken als Systems Engineering (SE) en Systeemgerichte Contract Beheersing (SCB) zijn ontstaan als antwoord op de politieke wil van het moment (of het vorige moment, want wetgeving ijlt altijd na op het politieke klimaat van de voorafgaande periode).

Door de wet- en regelgeving kan je niet kiezen om te werken met vertrouwde partijen. Je moet aanbesteden. In het beste geval bedenk je een aantal beoordelingscriteria op basis waarvan je samenwerking en vertrouwen mee kan wegen bij de beoordeling. Verwacht daar niet teveel van, want je moet de beoordeling wel doen op basis van vooraf bedachte criteria en op basis van objectieve of op zijn minst geobjectiveerde criteria. Je kan en mag je niet laten verrassen door de aanbiedingen. Helaas.

In “Risicosturing en wetgeving” betoogde ik dat je het risicoprofiel van een project enorm naar beneden kunt bijstellen door te kiezen voor het werken met bekende, vertrouwde partijen. Door de wet- en regelgeving kan je helaas geen gebruik maken van dit middel. Door de wet- en regelgeving ben je gedwongen met een hoger risicoprofiel te werken dan nodig zou zijn als je wat meer vrijheid had!

Je kan dit met enige fantasie als een systeemfout zien. De wetgevende overheid heeft met allerlei (mogelijk legitieme) argumenten wet- en regelgeving geproduceerd die het risicoprofiel van de projecten die door diezelfde overheid worden uitgevoerd aanzienlijk vergroten, meer dan nodig was geweest, als die wetgeving er niet was geweest.

Hieruit is een conclusie te trekken. Ondanks alle enthousiasme over SE en SCB zijn het methodieken die er zijn gekomen om weer grip te krijgen op kwaliteit. Die grip was verloren geraakt, omdat overheden door de aanbestedingsplicht niet konden voorkomen dat ze partijen moest contracteren waar ze eigenlijk geen vertrouwen in hadden en soms zelfs partijen waar ze liever niet meer mee zou willen werken op basis van ervaringen uit het (recente) verleden.

SE en SCB zijn slechts methodieken. Zij vormen de oplossing voor problemen die zijn ontstaan doordat gewerkt moet worden vanuit de aanname dat je bij een openbare aanbesteding niet van te voren van vertrouwen en samenwerking uit kunt gaan.

Het gebruiken van SE en SCB vormt zeker niet altijd de best denkbare oplossing voor samenwerking. Nee, het zijn eerder maatregelen die noodzakelijk werden doordat je door gedwongen aanbestedingen niet blindelings van samenwerking uit kunt gaan. In die zin zijn het reparatiemaatregelen.

Gezien de wet- en regelgeving waar we mee te maken hebben zijn het bruikbare methodieken, dat wel.

Als je mocht kiezen …

dinsdag, januari 19th, 2016

keuken

Je wilt iets gedaan krijgen en je moet bepalen hoe je dat voor elkaar gaat krijgen. De eerste keuze die je maakt is die van zelf doen of inkopen.

Stel je wilt een glazenwasser om de ruiten van de bovenverdieping van je woning met enige regelmaat te reinigen. Je benadert een paar partijen. Je vergelijkt de prijzen en je kijkt of de partijen je bevallen. Uiteindelijk maak je de keuze. Misschien neem je niet de goedkoopste, omdat je die niet vertrouwde. Misschien neem je niet de duurste, ook al vond je die het aardigst. Je vergelijkt al dan niet bewust prijs en kwaliteit.

Vervolgens besluit je dat je een nieuwe keuken wilt. Je bedenkt wat je er ongeveer in wilt hebben. Je gaat naar verschillende keukenboeren. Opnieuw vergelijk je prijs en kwaliteit. Die ene keuken is wel mooier, maar ook duur. De apparatuur in die andere keuken waren van een superieur merk en als je meerdere apparaten aanschaft, dan krijg je extra korting. Enzovoort. Uiteindelijk kom je tot je keuze.

Je wilt ook nog verbouwen. Je bedenkt van tevoren wat je eindresultaat moet zijn. Je maakt wat schetsen van het resultaat. Je bedenkt welke materialen je wil gebruiken. Je nodigt een aantal aannemers uit om een voorstel te doen. Zij komen met omschrijvingen van de werkzaamheden en met een prijs. Je ziet dat die ene aannemer, die ook al zulke goede vragen stelde, een aantal werkzaamheden heeft opgenomen waaraan je zelf niet had gedacht. Die heeft zijn werk goed gedaan, zonder die extra activiteiten zou je achteraf een resultaat hebben gehad waarover je niet tevreden zou zijn geweest. Hij is wat duurder dan de rest, maar… En hij had ook nog nagedacht hoe hij alles in een zo kort mogelijke tijd met zo min mogelijk overlast kon realiseren. Je keuze is gemaakt.

Nu werk je bij de overheid en moet er een weg aangelegd worden. Je ontdekt dat je door de kosten van de investering “aanbestedingsplichtig” bent, en dat je mede daardoor te maken hebt met een keurslijf van wetten en regels. Je moet van tevoren aangeven wat je wilt hebben en hoe en waarop je de aanbiedingen van partijen gaat beoordelen. Je moet alles conform de beginselen van objectiviteit doen en er moet sprake zijn van een “level playing field” tussen de aanbieders. Oftewel alle aanbieders moeten over dezelfde informatie beschikken. Even met partijen praten is er niet meer bij, want dat kan er toe leiden dat zij niet allemaal dezelfde informatie meer hebben. Als een partij je meer bevalt dan een andere, dan mag je dat niet zomaar meewegen. Dat mag alleen als je dat van tevoren als beoordelingscriterium hebt opgenomen en als je hebt aangegeven hoe je dat objectief (of geobjectiveerd) gaat beoordelen. Het gevolg: je krijgt niet altijd de partij waar je na de aanbesteding het beste gevoel bij had.

Jammer, je hebt er maar mee te leven.

Vervolgens ga je werken bij een andere overheidspartij. Deze overheid heeft ervoor gekozen de markt maximaal in te schakelen bij haar projecten. Het adagium is “de markt tenzij”. Ofwel: je moet goede argumenten hebben wil je niet zoveel mogelijk bij een en dezelfde marktpartij neerleggen. Nu ga je de marktpartij niet eens meer vertellen wat hij voor jou moet maken. Nee, je gaat van tevoren eisen opstellen waaraan het eindresultaat moet voldoen. De aanbieders moeten bedenken hoe zij jou dat gaan bieden. Vraag jij bijvoorbeeld een oeververbinding, dan kunnen verschillende aanbieders met heel verschillende oplossingen komen, zoals een pont, een brug of een tunnel. Jij moest uiteraard ook nu van tevoren precies aangeven waarop en hoe je gaat beoordelen. Je kan, na de objectieve selectie, wederom iemand anders krijgen dan de partij waarbij je na het ontvangen van de aanbiedingen het beste gevoel bij had.

Er speelt nog meer. Omdat de markt het maximale moet doen, moet de markt zelfs zichzelf controleren. Dat gebeurt via Systeemgerichte Contract Beheersing (SCB). Dat houdt in dat de aanbieder zichzelf moet controleren en zelf moet bepalen op welke wijze hij gaat aantonen dat hetgeen hij realiseert aan de gestelde eisen voldoet.
Bij SCB kan je alleen nog maar constateren of de aannemer volgens zijn eigen controle dat levert wat jij van tevoren hebt gespecificeerd. Dat betekent dat je daar in heel vroeg stadium heel erg goed over moet hebben nagedacht, anders krijg je niet wat je eigenlijk had gewild!
Overigens is dat niet zo heel veel anders dan wanneer jijzelf controleert of de aannemer aan jouw specificaties voldoet.
Op de vraag waarom we kiezen voor SCB heb ik geen goed antwoord, behalve dan dat het past bij het adagium “de markt tenzij”.

De grote vraag is en blijft of je, wanneer je er door wetten niet toe werd gedwongen, zou kiezen voor aanbesteding volgens de huidige regels. Ik denk het niet.

En, als dat de conclusie is, dan is ook de conclusie onontkoombaar dat we opgescheept zitten met regels die niet het beste voor het project zijn!