SMART in het onderwijs

De onderstaande e-mail ontving ik vorige week. Ik mocht hem van de schrijfster met u delen.

Geachte Heer Markensteijn,

Met veel interesse heb ik uw artikel: Stop SMART, be FUZZY gelezen.
Reeds 43 jaar ben ik groepsleerkracht in het basisonderwijs en ik heb al die jaren lesgegeven in de groepen 1 en 2.
Vastgeroest dus? Ik denk het niet. Ik heb zo ongeveer alle na- en bijscholing gevolgd, die er was te volgen en heb van mijn vak een Kunst gemaakt.

Ik ga niet uitweiden over hoe goed ik ben geworden en welke beoordelingen ik heb gehad, maar geloof me, ik heb in de loop der jaren veel expertise opgebouwd en sta nog steeds met veel enthousiasme voor de klas en denk mijn leerlingen nog veel te kunnen bieden.
Het wordt me evenwel niet gemakkelijk gemaakt.
Tijdens het werken met jonge kinderen heb ik geleerd, dat het altijd gaat om kansen creëren. Een uitdagende leeromgeving, uitnodigende leerstof, een taalbad, waaraan jonge kinderen zich kunnen laven.
Een beredeneerd leeraanbod, gemaakt vanuit de kennis over de ontwikkeling van het jonge kind, op alle ontwikkelingsgebieden.
Vanuit de wetenschap en ervaring, dat kinderen zich ontwikkelen, sprongsgewijs en stapsgewijs en dat de verschillende ontwikkelingsgebieden niet los staan van elkaar, maar met elkaar verweven zijn.
Wij, als leerkrachten, moeten tegenwoordig de resultaten van ons onderwijs meetbaar maken. Observaties en registraties zijn niet voldoende, nee, er moet getoetst worden.
Aan de hand van de toetsen (aangevuld met observatiegegevens) worden plannen gemaakt. Individuele plannen en groepsplannen. Per ontwikkelingsgebied. Per kind. En die plannen moeten SMART zijn.

Ik was aangenaam verrast door uw artikel, omdat dat nou precies de weerstand verwoordde, waar ik tegenaan loop.
Wat heb ik aan een plan, dat aangeeft: ik wil dit kind in de komende 6 weken leren tellen tot 10? Dat is SMART.
Terwijl ditzelfde kind nog bezig is zijn sociale vaardigheden te ontwikkelen, bezig is met het ontwikkelen van reken- en taalvaardigheden, woordenschatuitbreiding, motorische vaardigheden, creatieve vaardigheden. Een jong kind is een complex geheel van mogelijkheden en onmogelijkheden. Van potentie.
Waar het om gaat is het kind op het juiste moment te bieden wat het nodig heeft. Als het er aan toe is. Mogelijkheden te creëren om optimaal te kunnen functioneren. Een heleboel facetten, die allemaal samen maken dat het kind zich ontwikkelt.
Dat is jarenlang heel goed gegaan. Mijn leerlingen gingen zelfs volgens de toetsingen (die we al jarenlang moeten uitvoeren) met sprongen vooruit. Voor dit feit had ik echt geen toetsen nodig, zij onderstreepten slechts wat ik al wist en ik had een instrument in handen, waar sommige ouders, onze directie en de inspectie om vroegen. De kinderen maakten vorderingen omdat ik wist wat goed voor ze was. En mijn leerlingen waren gelukkig. Ze mochten zich ontwikkelen onder optimale omstandigheden.
En nu moeten ze leren. Er wordt enorm veel druk gelegd op de kinderen. En daardoor ook op de leerkrachten. Want het MOET. En het moet SMART.
Terwijl juist het onderwijs aan jonge kinderen de basis is voor later leerplezier, voor zin hebben, voor het bevorderen van nieuwsgierigheid en leergierigheid .
Als ik alle energie, die het me kost om toetsen te analyseren en plannen te maken, zou kunnen steken in mijn dagelijkse onderwijs, zou dat een zegen zijn.
Helaas is dat niet meer van deze tijd, want leerkrachten voelen de hete adem van de inspectie in de nek en weten dat ze afgerekend worden op de harde cijfers.
Zonder het kind achter deze cijfers te kennen.

Ik ga voor FUZZY! Dank u wel.

Met vriendelijk groet, Nel Bos.

Nel, bedankt!

Tags: , , ,

Comments are closed.