Reorganisaties en onmacht

Kleine organisaties passen zich snel en ongemerkt aan nieuwe omstandigheden aan. Zij zijn beweeglijk, de communicatielijnen zijn kort. De communicatie is niet al te ingewikkeld. Signalen uit de omgeving worden vertaald in aanpassingen aan werkwijzen, systemen, e.d.
Voor grote organisaties geldt dat in veel mindere mate. In grotere organisaties is sprake van veel meer taaksplitsing. Er zijn meer mensen, meer managementlagen, meer managers. De communicatie is veel omvangrijker, de mogelijkheden om veranderingen door te voeren zijn veel beperkter. Grote organisaties zijn daardoor veel minder wendbaar en flexibel dan kleine organisaties. De aanpassing van grote organisaties gaart niet automatisch. Grote organisaties zitten vast in organisatieschema’s en formaties. Grote organisaties passen zich pas aan als er een sterke noodzaak is ontstaan, bijvoorbeeld doordat de winst (zwaar) onder druk staat. Grote organisaties kunnen zich niet zo snel en gemakkelijk aanpassen. Als een grote organisatie zich gaat aanpassen, dan betekent dat gelijk een reorganisatie. Een ingrijpend proces, dat vaak langdurige gevolgen heeft. Het vraagt veel tijd van het management en de medewerkers. Er wordt veel over gepraat. Er moet veel opnieuw worden geregeld. Een reorganisatie is al snel behoorlijk ingrijpend, kost tijd en geld.

Reorganisaties zijn tekenen van de onmacht van grote organisaties om in de pas te blijven met de hen omringende werkelijkheid.

Tags:

Comments are closed.