Zwermgedrag

mgt-172-zwem-lagen_bewerkt
Zwermgedrag is een fenomeen dat we vooral van vogels en vissen kennen. In een vlucht spreeuwen houden alle vogels een bepaalde afstand tot elkaar en volgen ze elkaar in hun gedrag, ze nemen bijvoorbeeld de richting waarin ze vliegen over van vogels om hen heen. Vogels zwermen in grote groepen. Ze komen gezamenlijk over als één geheel. De bewegingen van de groep zijn grillig, maar ze acteren wel als groep. Tezamen.
Ook scholen vis vertonen zwermgedrag. Het gedrag van alle afzonderlijke vissen leidt tot het gedrag van de school.

Bij zwermgedrag voegen alle individuen zich naar elkaar. Het resulterende (emergente) patroon van hun bewegingen is niet gebaseerd op het gedrag van een of meerdere leidende individuen. Ieder individu voegt zich naar het gedrag van de groep door gedrag van individuen om zich heen over te nemen.

Mensen zijn doorgaans minder rationeel dan veelal wordt aangenomen. We moeten dagelijks heel veel beslissingen nemen. Als we bij iedere beslissing alle alternatieven in beeld zouden brengen en die ook nog eens onderling zouden afwegen, dan zouden we nauwelijks nog functioneren. Veel beslissingen worden intuïtief genomen.

Een van de factoren waardoor mensen hun keuzes laten beïnvloeden is het gedrag van anderen. Cialdini noemt dit in “Invloed” sociale bewijskracht. In lastig te duiden situaties, nieuwe en onverwachte situaties kijken we naar het gedrag van medemensen om ons heen. Hun gedrag kopiëren we. De impliciete, onbewuste veronderstelling die daaraan ten grondslag ligt, is dat de anderen wel zullen “weten” wat ze doen, en dat het gedrag van de anderen dus juist is.

Dit kan tot rare situaties leiden. Cialdini geeft als voorbeeld het gedrag van mensen die allemaal op de kant blijven toekijken terwijl er iemand anders aan het verdrinken is. Niemand grijpt in, dat is kennelijk juist, je wordt niet geacht in te grijpen, je grijpt dus niet in, maar kijkt toe, net als de anderen. Dat gebeurt regelmatig. Tot verbazing van iedereen.

Zwermgedrag kan je zien als de resultante van sociale bewijskracht. Zij gaan vliegen, oké, dan ga ik ook vliegen. Mijn buren gaan naar rechts, onder, boven, …, dan ga ik ook naar, rechts, onder, boven… Bij dieren is het evident dat dit een onbewust proces is. Maar… bij mensen ligt dat niet heel anders.

Zwermgedrag treedt in allerlei situaties op. Zwermgedrag op basis van sociale bewijskracht “verklaart” waarom zoontjes uit de gegoede burgerij bij kampioensfeestjes van hun voetbalclub opeens tot agressie en geweld komen.

Zwermgedrag verklaart ook waarom mensen achter zoveel ideeën, methoden, en dergelijke aanlopen waarvoor ieder bewijs voor positieve effecten ontbreekt. Mensen doen dingen omdat zoveel anderen het doen. Laatst zei een cursusleider het nog heel expliciet op mijn vraag naar de voordelen van PRINCE 2: “Als het in zoveel landen door zoveel organisaties…” enzovoort. Overtuigender argumenten heb ik niet gehoord. Ofwel: overtuigende argumenten heb ik niet gehoord. Anderen doen het, dus het zal wel goed zijn. Andere mensen vinden het, dus…

Eigenlijk berust vrijwel al onze kennis op zwermgedrag. Er zijn veel dingen wetenschappelijk bewezen. Er hebben veel ideeën bewezen nut. Maar we geven ze slechts aan elkaar door omdat zoveel anderen er ook in geloven. Er moet een kritische massa zijn voor iets als nieuwe “waarheid” wordt aanvaard. Maar, dan is die “waarheid” opeens gedurende lange tijd onwrikbaar waar.

In het management zie je heel veel modes, die nauwelijks aannemelijk zijn gemaakt, maar wel ronkend worden verkocht, methodes die zijn gebaseerd op gevoel en aannames, niet op bewijzen. Als een methode voldoende weerklank vindt dan kan het gebruik opeens explosief toenemen. Immers: als zoveel mensen het gebruiken, dan…

Het beoefenen van management bestaat voor een heel groot deel uit zwermgedrag.

Tags:

Comments are closed.