Beademing

In mijn stukje Maslows optimisme betoogde ik dat de top van de behoeftepiramide van Maslow niet “zelfontplooiing” is, maar “verstrooiing”. Thomas Rosenboom inspireerde mij tot een andere benaming voor de top van de piramide.

In Zoete Mond komt de volgende zinsnede voor:

Zo verstreken de jaren onder de beademing van de jaarlijkse feesten en al die snakerijen, waarover de mensen in Angelen, volgens de latere biografie, maar niet uitgepraat raakten, …

En met het beeld van “beademing” voor de top van de behoeftenpiramide kan ik ook prima leven. Met “beademing”, zoals Roosenboom het hier gebruikt, wordt een soort zuurstof bedoeld die mensen verkrijgen door zich te vermaken. Het geeft het beeld van een levensbehoefte die wordt vervuld door de tijd te vullen met andere zaken dan die nodig zijn om puur te overleven.

Afhankelijk van het ontwikkelingsniveau van mensen, van hun intelligentie en hun levensfase kan de “beademing” uit zeer verschillende zaken voortkomen. Dat zou zelfontplooiing kunnen zijn, maar ook een drang om dingen te doen die de eigen vitaliteit uitdagen. Dingen waardoor je verhevigd voelt dat je (over)leeft. Mensen hebben een sterke neiging om extreme dingen als parachutespringen en bungeejumpen minimaal één keer in hun leven te doen.

Het is mode om een “bucket list” op te stellen, een lijst van die dingen die je voor je dood gedaan wilt hebben. Opvallend vaak komen daarop juist extreme dingen voor. Voor hun dood willen veel mensen die dingen gedaan hebben waarmee hun dood bespoedigd kan worden, althans als het niet helemaal goed gaat. De dood uitdagen is kennelijk voor velen een activiteit die ze nodig hebben om te voelen dat ze leven.

Beademing, dus! Onze hoogste tree op de behoeftenpiramide van Maslow. Niks geen zelfontplooiing.

Tags:

Comments are closed.