Niveaus, organisatie-eenheden en overleving

niveaus en eenhedenDe werkelijkheid heeft een gelaagde structuur. Op het allerlaagste niveau bevinden we ons op het niveau van de kwantumfysica, de kleinste deeltjes komen samen in atomen, die in moleculen, de moleculen in stoffen/materialen. De stoffen in verschijningsvormen van stoelen tot dingen als bergen en levende organismen. Ieder niveau gedraagt zich op een bepaalde manier wetmatig. Het wetmatig gedrag op het ene niveau hoeven we niet te kennen om het wetmatige gedrag op een ander niveau te voorspellen.
Dit verschijnsel van gelaagdheid kan je op heel veel plaatsen waarnemen. De tekst die ik uittyp komt tot stand volgens de wetmatigheden die de tekstverwerker en het toetsenbord (en de regels van de taal) aan mij opleggen. In de computer vindt ergens een omzetting plaats van de karakters die ik intik naar nullen en enen. Die nullen en enen danken hun bestaan aan elektrische ladingen, enzovoorts. Om deze tekst te typen hoef ik niets af te weten van de nullen en enen, en ook niet van de fenomenen die zich op andere lagen afspelen. Aan de wetmatigheden van het toetsenbord, de tekstverwerker en de taal heb ik genoeg.

De gelaagdheid van de werkelijkheid impliceert dat zich op ieder niveau specifiek gedrag afspeelt. Het gedrag op ieder niveau kan op zichzelf worden beschouwd.

Organisaties kennen ook een gelaagdheid. Iedere laag kent eigen gedrag. Het laagste niveau is dat van de medewerker en diens gedrag. Medewerkers werken vaak samen aan bepaalde producten of processen. Een groep medewerkers vertoont specifiek gedrag. In de hiërarchie van de organisatie is de groep waarvan de groep van de medewerker deel uitmaakt ook weer een groep die specifiek gedrag vertoont. Iedere eenheid met een eenduidige leidinggevende vertoont specifiek gedrag. En uiteindelijk vertoont de organisatie specifiek gedrag. De bedrijfstak ook en tenslotte de economie, zowel nationaal als internationaal.

Iedere eenheid met specifiek gedrag zou je kunnen zien als een systeem, een levend systeem. Als je die analogie doorvoert, dan kom je op beelden van stervende eenheden, eenheden die verdwijnen zonder het geheel of de bovenliggende niveaus wezenlijk te veranderen. Ook komen er eenheden bij die niet persé tot sterke wijzigingen van het systeem leiden. Op het laagste niveau, dat van de werknemers, is dat het meest evident. De komst van een nieuwe medewerker of het vertrek van een medewerker leidt slechts marginaal tot gedragsverandering van de bovenliggende eenheid, de groep. En het leidt (bij grote concerns) al helemaal niet tot verandering van het bedrijf als geheel.

Als een levend systeem eenmaal bestaat zal het zich staande proberen te houden. Ieder levend systeem kent de drang tot overleving. Hierin ligt een verklaring voor het hardnekkige voortbestaan van culturen en gewoonten (“zo doen we dat hier nu eenmaal”). Het gedrag van de groep houdt stand, ook al veranderen de individuen die samen de groep vormen voortdurend.

Echte verandering komt alleen tot stand als het een kwestie is van leven of dood. Ieder levend systeem zal zich aanpassen aan nieuwe werkelijkheden wanneer die nieuwe werkelijkheid ertoe zou leiden dat bij ongewijzigd gedrag de dood voor het systeem volgt.
Het is denkbaar dat verandering alleen tot stand komt omdat er binnen een groter geheel kleinere eenheden bestaan die beter met de nieuwe werkelijkheid kunnen omgaan dan andere. De meest aan de nieuwe werkelijkheid aangepaste eenheden overleven, anderen verdwijnen, sterven af. Het totaal, het bedrijf overleeft als er maar voldoende aangepaste eenheden zijn.

Zo beschouwd gelden op alle niveaus de wetten van Darwin, want die had u vast al herkend.

Tags: , , , ,

Comments are closed.