Manifest van de tolerantie

De tijd van de strijd om het voortbestaan ligt ver achter ons.
De strijd om macht, middelen en mogelijkheden is grotendeels gevoerd.
De grote thema’s van bewogenheid zijn voorbij.
Idealisme lijkt iedere bodem te missen.

Voor het grootste deel van de bevolking geldt dat we tevreden zijn, voorzien zijn van het nodige en overbodige, en prettig en comfortabel kunnen leven.

Tegelijk heerst er vrede.

Ons paradijs wordt bedreigd door gevoelens van angst en jaloezie.
Wat een ander heeft of kan lijkt beter dat wat wij zelf bezitten of kunnen en lijkt daarom zeer begerenswaardig. Het verlangen kent geen grens. Het onbereikbare wekt jaloezie.
Ons leven kent geen gemeenschappen meer. Alle contacten worden steeds maar losser. De stam, het dorp, de gemeenschap zijn niet meer. De hele wereld is ons speelveld en voor onze contacten zijn we niet afhankelijk van onze buren. We voelen ons niet langer verplicht tegenover die buren. Onze buren zijn veelal vreemden. In mindere of meerdere mate, dat wel, maar: vreemden.
De menselijke contacten zijn niet beperkt tot één groep, maar strekken zich uit over een veelheid aan netwerken waar we deel van uitmaken. De controle van de groep is niet meer. Onze ontwikkeling is er een van ontwikkeling van de tolerantie. Het gunnen van bestaansrecht aan elkaar, aan anderen, zelfs aan anderen met afwijkende ideeën. Zolang jou geen schade wordt toegebracht is er veel aanvaardbaar.

De wereld was ooit helder. In de stam was duidelijk wat goed was en wat niet. Het onbegrijpelijke werd aanvaardbaar gemaakt door het via religieuze verhalen te verklaren en langs rituele weg te bevestigen.
Wie van buiten de stam kwam was vijand, wie erbij hoorde was vriend.

Verbanden van stammen, dorpen en steden maakten “de vriend” groter. Ook minder vatbaar. “De vijand” ook. In een verbond kan een schijnbare vriend plots een vijand blijken te zijn. En andersom. Een wereld van macht, een strijd om middelen en mogelijkheden, een wereld van veroveringen werd realiteit.
Omdat allen vochten voor macht, middelen of mogelijkheden moest iedereen daar voor vechten. Wie niet mee vocht had bij voorbaat verloren.

Tot slot ontstond een wereldomspannende verbondenheid, Waar wij allen deel van uitmaken. De tijd van de strijd om macht, middelen en mogelijkheden verdween. De tijd van veroveringen is voorbij. Een tijd van vreedzame co-existentie brak aan. Er zijn regelmatig uitbarstingen van strijd tussen landen of bevolkingsgrepen. Tekenen dat de wereldomspannende ontwikkeling niet automatisch bij alle deelnemers even ver is. Toch tolereert de wereld het niet altijd meer als groepen elkaar te lijf gaan om macht, middelen en mogelijkheden te verwerven ten kosten van een ander. De autonomie, zelfbeschikking en integriteit van landen staan hoog in het vaandel van de wereldgemeenschap.
De tolerantie tussen landen is noodgedwongen hoog.

Landen en mensen staan tot elkaar in een verhouding van tolerantie (ook al valt dat in de realiteit vaak genoeg tegen). Niet het directe eigenbelang in termen van macht, middelen en mogelijkheden ten koste van de ander staat voorop, maar de autonomie van een ieder.

De algemene conditie is die van de tolerantie. Andere mogelijkheden zijn er niet. Samenleven in de 21e eeuw kan alleen op basis van het adagium van tolerantie. Zonder tolerantie geen samenleven, geen vreedzame co-existentie, geen vrede, geen voorspoed. Waar de tolerantie vaarwel wordt gezegd overheerst eigenbelang, eigenrichting, ellende, oorlog, armoede en honger. Een destructieve ontwikkelingsrichting. Er is geen alternatief voor tolerantie!

Het grijpen naar normen en waarden als redmiddel is tot mislukken gedoemd. Normen en waarden worden niet gedeeld en het is een illusie dat normen en waarden weer breed gedeeld zullen worden. Tussen (sub)culturen bestaan enorme verschillen in normen en warden. Het kiezen voor het bewaren en bewaken van bepaalde normen en waarden betekent het opleggen van die normen en waarden aan anderen. Het is een destructieve ontwikkelingsrichting.

De enige waarde die overblijft, willen we niet richting het ravijn draven, is die van tolerantie. Een paradoxale waarde. Een diepe, bijna transcendente waarde. Een waarde die veel veelzijdige normen en waarden accepteert.

Tolerantie betekent niet dat alles kan of moet worden aanvaard. Integendeel. Tolerantie betekent dat veel individuele rechten beschermd dienen te worden, maar ook dat intolerante krachten en activiteiten moeten worden bestreden. Veel mag, maar niet ten koste van anderen.

Maatschappelijk zitten we in de breedte op een hellend vlak. De keuze voor normen en waarden is een keuze voor eigen normen en waarden en daarmee voor intolerantie versus andere (afwijkende) normen en waarden. Als we op die weg verder gaan, dan kan alles misgaan. Beschavingen kennen geen oneindig bestaan. Beschavingen zijn in de gehele geschiedenis ten onder gegaan. Dat kan ook met de onze gebeuren.

Een keuze voor tolerantie is een keuze voor:
• Autonomie en zelfbeschikking voor landen, groepen en individuen.
• Veelheid en verscheidenheid;
• Elkaar, de ander;
• Acceptatie dat een ander anders kan en mag denken.

Maar het is ook een keuze tegen:
• Elke vorm van terreur;
• Elke vorm van streven naar macht, middelen en mogelijkheden ten koste van anderen;
• Misdaad en geweld;
• Eigenrichting;
• Religieus en politiek fanatisme dat aanzet tot intolerantie of haat;
• (Zogenaamde) religieuzen die intolerantie jegens on- of anders- gelovigen prediken.

Lees ook: Na-praten

Tags:

Comments are closed.