Maslows optimisme

In managementliteratuur wordt nogal eens de behoeftepiramide van Maslow aangehaald. De piramide heet een goed inzicht te geven in de behoeften die mensen bezig houden. De piramide heeft een hiërarchische opbouw. Er bestaan basisbehoeften en vanuit die basisbehoeften kunnen mensen zichzelf ontwikkelen richting zelfontplooiing. Hieronder wordt de piramide weergegeven.

piramide van maslow

In Maslows theorie komt iedere behoefte pas aan de orde als de onderliggende behoeften zijn vervuld. Maslow zelf heeft zijn piramide op latere leeftijd nog enkele keren aangepast. Hier doet dat niet ter zake. De kern van de aard van de piramide veranderde daar niet mee. In de genoemde managementliteratuur wordt vrijwel altijd de oorspronkelijke piramide gehanteerd.
Het principe dat in de piramide wordt weergegeven is dat wanneer iemand een behoefte heeft vervuld, de eerstvolgende hogere behoefte zich voor zal doen. Dus: iedereen zou naar de hogere behoeften streven zodra de onderliggende behoeften zijn bevredigd. En, uiteindelijk zou iedereen volgens Maslow met de hoogste behoefte, zelfontplooiing, bezig (moeten) zijn.

En daar ontbreekt nou voor mij de relatie met mijn eigen waarnemingen. Want wat zien we in onze Westerse wereld? Vrijwel iedereen verkeert in een situatie waarbij de vier onderste behoeften zijn vervuld. Volgens Maslow zou iedereen met hogere zaken, richting zelfontplooiing, bezig moeten zijn. En, wat zien we…?

We zien dat mensen zich massaal storten op verstrooiing. Zonder die verstrooiing zouden ze zich vervelen. Slechts een enkeling is bezig met zijn verdere persoonlijke ontwikkeling. Helaas, dat is een uitzondering.
Kortom waar er in de literatuur op wordt gehamerd dat mensen zich willen ontplooien, zien we dat het gros van de mensen die behoefte helemaal niet kent. Sterker nog: als er nu bezuinigd moet worden, dan zijn er grote groepen die vinden dat er dan vooral op kunst en cultuur moet worden bezuinigd. Dus juist op die zaken die doorgaans met ontplooiing worden geassocieerd.
Kunnen we hieruit conclusies trekken?
De les die organisaties hier uit kunnen trekken lijkt simpel. Biedt uitdaging en ontplooiingsmogelijkheden aan degenen die dat zoeken. Maar, doe dat vooral niet aan iedereen. Voor de meeste mensen is het hameren op hun ontplooiing alleen maar ballast!
Of is dat overtrokken? Misschien willen de meeste mensen zich toch wel ontwikkelen. In ieder geval in hun werk. En dan niet zozeer vanuit een ingebouwde behoefte, maar domweg omdat dat meer perspectief op carrière biedt. Dus op meer aanzien en meer salaris. Als dat zo is, dan zou het verwerven van bezit en aanzien, of: status, zo u wilt, ook op Maslow’s piramide mogen staan. Dat lijkt mij reëler dan te blijven geloven in de fictie van de alom aanwezige wil tot zelfontplooiing.

Het vervullen van meer en nog meer materiële verlangens is alom meer aanwezig dan het streven naar ontplooiing. Voor de meeste mensen is ontplooiing slechts een middel om meer materialistische verlangens te kunnen vervullen.

Nog een gevolgtrekking.

Lang verkeerden ontwikkelde socialisten in de veronderstelling dat zij arbeiders moesten “verheffen”. De actualiteit laat zien dat arbeiders helemaal niet verheven willen worden. Voor arbeiders geldt immers dat intussen hun basisbehoeften zijn vervuld. Voor velen zit er niet meer in, helaas. Als ze dan toch niet meer kunnen bereiken, dan hoeven ze zich ook niet meer met een voor hen plausibele reden te ontplooien.
Zouden arbeiders echt verheven willen worden, zoals lang werd geloofd, dan zouden bijvoorbeeld de kunsten in veel hogere mate moeten bloeien dan ooit eerder. Dat zien we niet gebeuren. Het is nog altijd een beperkte groep die kunst consumeert. Veel arbeiders zitten daar niet onder.
Sterker nog de subsidie voor kunst wordt, zoals hiervoor al gezegd, door arbeiders en middenklasse steeds vaker als een hobby van anderen gezien die zij moeten bekostigen.

Tags: ,

Comments are closed.