Boekbespreking “De One Minute Manager en de apenrots”

one-minute-manager-en-de-apenrots

Op basis van de titel verwachte ik dat dit boek over de onderlinge verhoudingen en de “machtsstrijd” in bedrijven zou gaan. Dat is niet zo. De titel is dan ook een wat rare vertaling van de originele titel, “The One Minute Manager Meets the Monkey”.

In het spraakgebruik binnen bedrijven wordt wel eens gesproken over aapjes die je van iemand anders op je schouder hebt gekregen. Oftewel: problemen die opeens jouw probleem zijn geworden omdat een ander dat, doorgaans op slinkse wijze, van zijn schouder heeft overgeheveld naar jouw schouder. Daarover gaat het boek wel.

Het boek is zoals we dat van Blanchard kunnen verwachten verhalend geschreven. Het leest lekker weg, maar leverde voor mij niet veel nieuwe inzichten op. Waarmee ik zeker niet wil zeggen dat ik het met de inhoud oneens ben. Integendeel.

Het boek begint bij een manager met een overvolle agenda. Een zogenaamd onmisbare manager. De drukte ontstaat doordat de manager de problemen van zijn medewerkers overneemt. Bovendien waren de medewerkers afhankelijk van goedkeuringen van deze manager, waardoor zij ook nog eens vaak zaten te wachten op een besluit van hem. Dat vergrootte hun afhankelijkheid en verminderde hun zelfvertrouwen.

Dan volgen er allerlei lessen. Zoals: zorg dat mensen niet denken dat ze afhankelijk zijn van jou, maar dat jij afhankelijk bent van hen. Dan gaan ze eerder achter je staan.

Alle problemen (apen) dienen op het laagst mogelijk niveau van een organisatie te worden uitgevoerd. Je moet mensen verantwoordelijkheid geven om te zorgen dat ze verantwoordelijkheidsgevoel ontwikkelen.

De auteurs benoemen wel een ondergrens wanneer het gaat om de bepaling waar taken en verantwoordelijkheden thuis horen. Als problemen kunnen leiden tot de ondergang van een bedrijf, dan moet de manager uiteraard wel ingrijpen. Om te voorkomen dat het zo ver komt, mag hij van medewerkers verwachten en eisen dat ze een probleem melden als ze voelen dat het uit de hand kan gaan lopen. Dan kan een manager nog ingrijpen (althans, zeg ik, als hij daartoe beter in staat is dan de medewerker). Controles mogen ook, mits met mate, worden uitgevoerd, maar dienen zich dan wel te richten op controle van de stand van de aap, niet op de persoon die deze aap op zijn schouder heeft.

De auteurs leggen nadruk op mondigheid van medewerkers. Zij moeten niet blindelings doen wat er van boven over hen wordt uitgestort. Maar, ze moeten ook grenzen kennen, want “Zij die beschikken over het goud, bepalen de regels!” De auteurs spreken in dit verband over “loyale oppositie”.

In de tijdsbesteding binnen een organisatie onderscheiden de auteurs drie soorten tijd: door de manager opgelegde tijd, door het systeem opgelegde tijd en door uzelf opgelegde tijd.

Voor wat betreft de systeemtijd, hou je maar aan bureaucratische regels, want doe je dat niet, dan kost het je nog veel meer tijd. De druk om tijd aan zaken te besteden waar je wellicht zelf niet zo graag de prioriteit aan geeft is vaak toch verstandig. Doe je het niet dan kan dat jou verweten worden en dus negatieve beoordelingen opleveren.

Als we namelijk niet voldoen aan de wensen van hogerhand, maken we ons schuldig aan insubordinatie. Als we ons niet conformeren aan de eisen van het systeem, maken we ons schuldig aan non-coöperatie. Als we de beloften die we aan onze staf hebben gedaan niet nakomen, wat inhoudt dat we met hen hun apen afhandelen, maken we ons schuldig aan uitstel.”

De auteurs geven nog eens het belang aan van enige speling in de beschikbare tijd van medewerkers (inclusief managers). Ontbreekt die tijd, dan “wil dat zeggen dat het bedrijf het zonder creativiteit, innovatie, initiatief, et cetera moet stellen. Op de lange termijn betekent dat voor mij dat het leven binnen een bedrijf een levende dood wordt…

Hoewel ik in het begin melde dat dit boek mij niet veel nieuwe inzichten heeft opgeleverd, ben ik zeker wel van mening dat het voor beginnende managers een zeer waardevolle bijdrage aan hun ontwikkeling kan leveren.

Oh ja, nog een mooie one-liner als toegift: “Het doel van coachen is in de positie te komen waarin delegeren mogelijk wordt.”

De citaten zijn ontleend aan het besproken boek.

Dit boek op Managementboek.nl en op bol.com.

Tags: ,

Comments are closed.