Taalpolitiek

Ooit werd de titel “onderwijzer” door een van onze regeringen veranderd in “leraar”. Voor die tijd wist iedereen dat een “onderwijzer” les gaf op een basisschool en dat een “leraar” les gaf op een middelbare school. Dat onderscheidend vermogen werd teniet gedaan. Het doel was een verhoging van de status van basisschoolleraren, meen ik.
Er veranderde natuurlijk helemaal niets door. Er werd alleen een spel met de taal gespeeld.

Fleur Agema vindt tolerantie een hol begrip. Haar PVV stelt zich altijd pal achter de vrijheid van meningsuiting en voor vrijheid in het algemeen. Hoe het te rijmen is dat je wel voor de vrijheid staat, maar het begrip tolerantie niets vindt, snap ik niet.

Wellicht speelt een rol dat in het PVV-denken het woord tolerantie als eigendom van de zogenaamde “linkse kerk” wordt gezien. De bijbetekenis is daarmee voor de gemiddelde PVV’er helemaal fout. Zonder nadenken wordt het begrip daarom weggeparkeerd.
Waar polarisatie al niet toe kan leiden…
Maar ach, ook hier geldt: er verandert helemaal niets door. Er wordt alleen een spel met de taal gespeeld.

Ik vind de vrijheid van meningsuiting (maar dan graag met wederzijds respect!) een heel groot goed. En, ik vind tolerantie ook een heel groot goed. Zonder tolerantie is samenleven van andersdenkenden, met anderen, met andere geloven, met mensen met een ander levenspatroon, andere hobby’’s, andere politieke voorkeuren, met andere achtergronden, enzovoorts, nauwelijks mogelijk.

Oh ja, Agema stelt dat tolerantie ophoudt als een ander over de schreef gaat. Tja, zonder een aantal basisafspraken is samenleven niet mogelijk. Regels die anderen onnodig beperken zijn niet tolerant. Tolerantie heeft niet direct iets te maken met het al dan niet over de schreef gaan. Daarmee houdt tolerantie niet op. Tolerantie houdt pas echt op als deze niet wederzijds is. Wat wij bieden, mogen we ook van een ander verwachten. Maar, hoe kunnen wij iets van anderen verwachten, als wij het zelf niet bieden?


Tags: , , , ,

Comments are closed.