Persoonlijk meesterschap in management

Gelezen: Robert E. Quinn, Persoonlijk meesterschap in management, Academic Service, 2003

In “Persoonlijk meesterschap in management” zet Quinn zijn concurrerende waardenmodel uiteen. Hij onderscheidt vier denkmodellen. Het ene model is niet beter of slechter dan het andere, zij vullen elkaar aan. Ieder model kent positieve en negatieve aspecten. De vier modellen zijn:
• Human relations model;
• Open systeem model;
• Intern proces model;
• Rationeel doel model.
Het Human relations model is gericht op de ontwikkeling van de medewerkers, het is intern georiënteerd en het kenmerkt zich door flexibiliteit.
Het Open systeem model richt zich op verandering en expansie, het is extern gericht en kenmerkt zich door flexibiliteit.
Het Intern proces model is intern georiënteerd en is gericht op beheersing.
Het Rationeel doel model is extern georiënteerd en richt zich eveneens op beheersing.

Quinn stelt dat “meestermanagers” over eigenschappen beschikken waarmee ze alle modellen beheersen. Zij switchen tussen de stijlen en acties die bij deze modellen horen. Organisaties die alle aspecten beheersen presteren beter dan organisaties die dat niet doen.

Quinn”’’s denken past in de praktijk die situationeel handelen promoot, dit in tegenstelling tot denkers die uitgaan van één beste manier van handelen en denken die universeel toepasbaar is.
Verschillende modellen rond persoonlijkheidskenmerken (MBTI, Belbin, e.d.) passen in ditzelfde denkkader. Deze teamrollenmodellen (zie ook: http://pm3.markensteijn.com/projectteam.htm) geven allen aan dat teams waarin de verschillende kenmerkende rollen zijn vertegenwoordigd beter presteren dan die teams waarbinnen dit niet zo is.
In de teamrollenmodellen wordt de heterogeniteit en compleetheid gezocht in het team, Quinn betoogt dat die compleetheid in de “meestermanager” aanwezig behoort te zijn.
Wat Quinn schrijft over één persoon wordt door anderen aan een team toegedacht.
Quinn stelt bijvoorbeeld “Effectiviteit is misschien het resultaat van het in stand houden van een creatieve spanning tussen tegenstrijdige eisen die het sociale systeem aan de betrokkene stelt”. Andere auteurs zoeken die effectiviteit dan op analoge wijze in de creatieve spanning tussen tegenstrijdige eisen die het sociale systeem aan hun onderlinge actie stelt. Vergelijkbaar, dunkt mij. In zekere zin is Quinn”’’s model er dus één van vele.

Het boek is zeer leesbaar en is gestoeld op gedegen empirisch onderzoek. Het concurrerende waardenmodel is zeker bruikbaar.
Persoonlijk meesterschap in management op Managementboek.nl en op bol.com

Tags: ,

Comments are closed.