Het boek van de vijf ringen

het-boek-van-de-vijf-ringenGelezen: Miyamoto Musashi, Het boek van de vijf ringen, Altamira-Becht, 2001

“Het boek van de vijf ringen” is een boek waar regelmatig vanuit andere boeken naar wordt verwezen. Mijn verwachtingen waren aanzienlijk hoger, dan het boek kon waarmaken.
Laten we eerst eens naar de flaptekst kijken: “een boek dat door elke manager, elke zoeker naar levenswijsheid en elke beoefenaar van de krijgskunsten zou moeten worden gebruikt”. Tja, maar dit boek bestaat voor een heel groot deel uit aanwijzingen hoe je met zwaarden en zwaardvechttechnieken moet omgaan. Vertel me, wat dat, behoudens voor zwaardvechters, voor relevantie heeft voor managers, zoekers naar levenswijsheid en zelfs voor beoefenaars van krijgskunsten. Ja, zelfs voor beoefenaars van krijgskunsten; wat is de relevantie van zwaardvechten als de strijd tegenwoordig met hele andere middelen plaatsvindt?

In de uitgave die ik heb gelezen, is nog een tweede boek opgenomen “Het boek van de familietradities van de kunst van het oorlog voeren”. In de flaptekst wordt daar niets over gezegd. Het tweede boek wordt zelfs op de titelpagina niet genoemd. Vreemd.
De opname van dit tweede boek roept bij mij vragen op over het boek van Musashi. Als het boek van Musashi werkelijk een oneindige wijsheid bevat, waarom wordt het dan met een ander boek gebundeld. De thematiek van het boek van Munenori is weliswaar gelijk, maar inhoudelijk zijn de boeken onderling zeker niet volledig consistent, ze sluiten niet naadloos op elkaar aan. De denkbeelden van Munenori zijn op punten echt anders dan die van Musashi.

Veel denkbeelden in beide boeken gaan over het handelen zonder te denken. Iets waar een bepaalde logica in zit, veel dagelijkse handelingen doen we immers zonder er bij na te denken. We hebben ze geautomatiseerd, al beseffen we dat niet altijd. Probeer maar eens iets alledaags al denkend te doen. Neem, bijvoorbeeld, “wandelen”, denk na over iedere beweging, iedere spierbeweging, probeer het; waarschijnlijk val je. De boodschap is dan ook dingen zonder denken te doen, denken verstoort het handelen.
Maar, en dat wordt nauwelijks benoemd, je moet iets wel eerst (aan)leren en automatiseren voor je de dingen op basis van intuïtie kan afhandelen. Er zal dus altijd sprake zijn van enkele stadia. In een stadium waarin je aan het leren bent, lijkt het mij onvermijdelijk dat je nadenkt bij je handelingen. Je kan nieuwe handelingen immers alleen aanleren door er heel bewust mee bezig te zijn. Daarna komt er een stadium van veel oefeningen en uiteindelijk kan je de betreffende handelingen uitvoeren zonder erbij na te denken.
Goed, automatiseren van handelingen kan nuttig zijn. Maar, als ambachten minder op de voorgrond treden, dan is maar de vraag of dit allemaal nog zo relevant is. Immers zit je vast in een bepaald patroon van handelen, dan handel je ook zo op momenten dat het niet effectief (meer) is. Zeker in onze tijd, waarin alleen verandering onveranderlijk is, kan het automatiseren van handelingen zelfs tegen je werken. Wanneer je iets eenmaal hebt aangeleerd, dan moet je voortdurend inschatten of dit niet alweer achterhaald is. In een tijd van ambachten (waar je ook het vechten van toen onder kan scharen) kon je je hele leven plezier hebben van een geautomatiseerde handeling. Vandaag echter kan de geautomatiseerde handeling van gisteren alweer achterhaald zijn.
Ook dit roept de vraag op hoe relevant een tekst van enkele eeuwen geleden voor ons nog is. De flaptekst van het boek moet meer dan gerelativeerd worden.

Veel oosterse boeken hebben op ons een mystieke aantrekkingskracht. Het zijn teksten die we voor een wijsheid verslijten die we alleen nog niet begrepen hebben. Dat werkt soms haast hallucinerend. Dat neemt echter niet weg dat datgene wat we niet begrijpen ook gewoon onzin kan zijn. Of, dat die teksten ooit wel zin hadden en zin gaven, maar nu niet meer. Domweg omdat de context veranderd is.

Even een willekeurig citaat uit het boek van Munenori.

Leegte is de kern van het boeddhisme. Er is een onderscheid tussen valse leegte en echte leegte. Valse leegte is een vergelijking voor het niets. Echte leegte is waarachtige leegte, die staat voor de leegte van de geest. Ondanks dat de geest als een lege ruimte is met betrekking tot zijn vormloosheid, is die geest de baas van het lichaam en worden alle handelingen dus in de geest uitgebeeld.
De activiteit en de werking van de geest worden geregeld door de geest. Wanneer de geest niet actief, is hij leeg. Wanneer de leegte actief is, dan is zij de geest. Wanneer de leegte actief wordt, wordt zij de geest en werkt via de handen en de voeten. Omdat het de bedoeling is dat u de handen van de tegenstander die het zwaard vasthouden snel en nog voordat zij bewegen raakt, zegt men ook wel dat u “de leegte” moet raken.

Aanhangers van dit soort filosofieën, zij die er volledig naar willen leven, kunnen in onze tijd alleen maar aarden wanneer zij zich terugtrekken uit de dagelijkse werkelijkheid, uit de banaliteit van alledag. Dat doen ze dan ook. Fysiek of mentaal. Door zich terug te trekken kunnen ze in de dagelijkse werkelijkheid geen rol van betekenis meer spelen. Waarde voor ons handelen en denken missen deze personen. Wie deel uit wil maken van de werkelijkheid moet zijn heil niet zoeken in ideeën die vreemd zijn aan onze huidige realiteit. Zeker als we effectief (of: effectieve managers) willen zijn, moeten we ons maar niet teveel bezig houden met (voor ons?) vage theorieën.

Uit ieder boek dat je leest, haal je wel iets. Dat is de reden waarom ik blijf lezen. Ook boeken waarvan je van tevoren niet zoveel verwacht, leveren eigenlijk altijd wel iets op. Op een aantal denkbeelden uit dit boek verwacht ik nog wel eens terug te komen.

Dit boek op managementboek.nl en op bol.com

Tags: , , , ,

Comments are closed.