Collectivisme versus individualisme

Kari Herbert - Als de toendra roeptIn “Als de toendra roept” beschrijft Kari Herbert de manier van samenleven bij de Inuit (Eskimo’s). Bij de Inuit wordt heel veel gedeeld.

In zo’n vijandige omgeving waren de mensen van oudsher afhankelijk van hun eenvoudige, op gemeenschapszin gebaseerde infrastructuur om te overleven: ze hielpen elkaar en hielpen zo zichzelf. In hun manier van leven waren de Eskimo’s al sinds onheuglijke tijden communistisch en er bestond geen enkele leiderschapsstructuur; geen enkel individu had ooit macht over de gemeenschap en er was ook geen echte stamraad.

Collectivistisch regelen van opvangnetten is een sociaal democratisch, socialistisch of zelfs communistisch principe.
In onze maatschappij zijn allerlei vangnetten op die manier georganiseerd. Maar, op een hoger een abstracter schaalniveau dan bij de Inuit. De overheid int belastingen om mensen met problemen te kunnen helpen. Dit is zo abstract georganiseerd dat de gemeenschapszin bij ons volledig verloren is gegaan. Ieder leeft op zichzelf en voor zichzelf. De gemeenschapszin staat intussen zo ver van ons af dat wij bang zijn dat anderen op ons geld teren, zonder dat daar iets tegenover staat. Dat dergelijk misbruik in enige mate altijd voorkomt valt door de abstracte vorm niet helemaal te voorkomen. Sociale controle, zoals die in kleine gemeenschappen voorkomt, werkt niet meer. De neiging de stekker uit de solidariteit te trekken en/of zelf zo min mogelijk belasting te betalen en tegelijkertijd zo veel mogelijk te profiteren van de mogelijkheden die in onze verzorgingsstaat open staan is groot. Dit wakkert juist het individualisme en egocentrisme aan.
Gemeenschapszin vindt je in kleinere gemeenschappen waarbij de mensen op elkaar zijn aangewezen, je vind het in moeilijke omstandigheden. Waar die moeilijkheden gekeerd zijn door onderlinge hulp en solidariteit via de overheid te regelen is juist die gemeenschapszin, die oorspronkelijk juist aan dit soort regelingen ten grondslag lag, verdwenen.
Collectivisme op een hoger schaalniveau mag dan functioneren, het leidt juist tot meer individualistisch en egoïstisch gedrag.
Wat op het ene schaalniveau werkt hoeft op een ander schaalniveau niet hetzelfde effect te hebben, dat blijkt.

Al met al is er sprake van een indrukwekkende paradox: hoe meer we op een hoog schaalniveau collectief regelen, hoe minder collectivistisch mensen zich individueel gaan gedragen. Of: hoe meer we onze maatschappij regelen op basis van een brede onderlinge solidariteit, hoe minder solidair we ons als mensen onderling gedragen.
Tegenwoordig zijn er fenomenale rampen voor nodig om ons massaal en eensgezind tot solidariteit te prikkelen. Vervolgens wordt de hulp aan de slachtoffers van zo’n ramp via de samenwerkende hulporganisaties collectief geregeld. En waar leidt dat toe? Dat leidt ertoe dat wij ons allemaal achterdochtig afvragen of ons geld wel goed wordt besteed.

Collectivisme, we hebben er steeds meer moeite mee. Opmerkelijk omdat we tegelijkertijd onze enorm hoge levensstandaard (maar beseffen we nog wel voldoende dat wij ons daar dagelijks in laven?) op zijn minst deels te danken hebben aan de manier waarop wij zaken met elkaar geregeld hebben. De wijze waarop we zaken collectief hebben geregeld is op langere termijn vrijwel zeker meer een zegen, dan een kwaad. Alweer een paradox: uiteindelijk zijn we als individu beter af door zaken collectief te regelen, dan door alles zelf te moeten doen.

Citaat ontleent aan: Als de toendra roept, Kari Herbert, the house of books, 2004

Tags: , , , , , ,

Comments are closed.