Middelmatig management, het hoogst haalbare?

56Veel organisaties worden matig gemanaged. Kan het veel beter? Of is middelmatigheid de norm? Dat is de vraag die ik in dit stukje opwerp.

Mutaties en mutanten
Organisaties zijn ingewikkelde organismen. In de evolutie van de soorten is steeds sprake van mutaties die al dan niet voordeel opleveren. Gunstige mutaties verbeteren de overlevingsmogelijkheden en voortplantingskansen van de mutant. Ongunstige mutaties doen de mutatie verdwijnen, domweg omdat deze mutanten niet overleven en omdat zij zich niet succesvol voortplanten. Of een mutatie gunstig is hangt van de omstandigheden af. Een mutatie kan in de ene situatie zeer voordelig zijn, in de andere zeer nadelig. Voor een beer is het prettig een dikkere vacht te ontwikkelen als hij op de Noordpool leeft, In de tropen is dat echter behoorlijk vervelend.

Voor organisaties geldt dat mutaties hun overlevingskansen en hun groeipotentie bepalen. Organisaties hebben niet met een vaste min of meer stabiele biotoop te maken, nee, hun omgeving veranderd voortdurend. Al is het maar omdat concurrenten en klanten muteren en daarmee het spel veranderen.

Omgevingsdynamiek
Als hun omgeving verandert, dan vraagt dit om aanpassingen van organisaties. Soms ontstaan die veranderingen spontaan. Individuen nemen initiatieven, doen de dingen anders of gaan zich anders gedragen. Hoe groter een organisatie, hoe moeilijker dit gaat. Reorganiseren is een verschijnsel dat zich in grotere organisaties manifesteert als de omstandigheden daartoe aanleiding geven. Reorganisaties zijn geforceerde mutaties van het organisme dat organisatie heet.

Aanpassingen zijn voor een soort nuttig, soms nadelig en soms niet schadelijk. Dit geldt ook voor organisaties. In de natuur ontstaan mutaties (of varianten) zonder vooropgezet doel. Ze werken, of ze werken niet. Mutaties van organisaties hebben als vooropgezet doel de overlevingskansen of groeipotenties van de organisatie te vergroten. Nu is de werkelijkheid waarin wij leven ontzettend complex en zijn onze organisaties dat ook.

Bovendien: grote veranderingen vragen veel tijd. Daardoor kunnen deze pas tot in al hun consequenties doorgevoerd zijn als de volgende aanpassing al weer nodig is. De werkelijkheid achterhaald het ideaalbeeld van iedere organisatie voortdurend. Het ideaalbeeld is altijd onbereikbaar. Het ligt altijd achter de volgende bocht.

Versimpeling
De meeste mensen kunnen de complexiteit van de werkelijkheid niet aan. Daarom nemen zij een toevlucht tot tastbare modellen en methodes. Die modellen en methodes zijn eigenlijk suboptimaal. Een model is immers niet de werkelijkheid, het is een versimpeling van de werkelijkheid. Een methode veronderstelt een causaal verband tussen de toepassing ervan en succes. Gezien de complexiteit van organisaties en hun omgeving is maar de vraag of dat verband er is, … of voorspelbaar is.

Een methode is een instrument om een mutatie te bewerkstelligen. Methoden leiden tot een resultaat. Dat resultaat, de mutatie, is soms gunstig, soms nadelig en soms niet schadelijk. Het is nooit optimaal, daarvoor doorgronden en beheersen wij de werkelijkheid nou eenmaal onvoldoende.

Suboptimaal, omdat we niet meer aankunnen
De omgeving van organisaties veranderd voortdurend. Organisaties moeten doorlopend gunstig muteren om te overleven en te groeien. Om te kunnen muteren versimpelen managers de werkelijkheid en handelen op basis van die versimpeling. Het ideaal wordt nooit bereikt en de doorgevoerde mutaties zijn doorgaans suboptimaal.
Het zou allemaal veel beter kunnen als wij (of: meer mensen) meer complexiteit aankonden. Maar, omdat het gros van de mensen niet beter kan, kunnen we alleen veel werk verzetten door ons over te leveren aan suboptimale oplossingen.

Daarom: de middelmatigheid regeert!

Tags: , , , , , ,

Comments are closed.