Minder management

Escapisme
In “Populisme = rationalisme = escapisme” betoogde ik dat populisme helemaal niet vanuit onderbuikgevoelens wordt beargumenteerd. Nee, er worden simpele rationalisaties van werkelijkheden gemaakt. De wereld wordt gesimplificeerd. Op basis van simplificaties worden maatregelen nagestreefd die (ook al gesimplificeerd) tot oplossingen zouden moeten leiden.
Wel, dat is een vorm van escapisme, waarbij iedere maatregel onbedoelde effecten zal hebben, onvoorspelbare effecten en misschien een enkele keer, door puur geluk, het effect dat beoogd werd.

Het simplificeren van de werkelijkheid, populisme, ze leiden niet tot een betere beheersbaarheid van de werkelijkheid. Ik heb al geen groot maakbaarheidsgeloof, maar de gewenste effecten van de populisten zijn op basis van hun simplificaties volstrekt niet maakbaar.
Je onttrekken aan de complexiteit van de werkelijkheid is een vorm van escapisme.

Middelmatigheid
In “Middelmatig management, het hoogst haalbare?” kwam de complexiteit terug. De meeste mensen kunnen complexiteit domweg niet aan. De meeste managers ook niet. Daarom grijpen die managers naar modellen en methoden, dus: naar simplificaties van de werkelijkheid. Op basis daarvan “reorganiseren” zij hun organisaties. De veranderingen die reorganisaties moeten bewerkstelligen zijn te vergelijken met mutaties waarmee nieuwe soorten ontstaan. Organisaties zijn te vergelijken met organismen. Reorganisaties kunnen net als mutaties bij soorten leiden tot voordelen, tot nadelen, of ze zijn niet schadelijk.

Reorganisaties zijn bedoeld om de overlevingskansen van organisaties of hun groeipotentieel te verbeteren. Maar omdat ze altijd gebaseerd zijn op simplificaties kunnen ze nooit optimaal zijn. Alle managerial maatregelen zijn daarom middelmatig van aard. Beter kunnen we niet. Grote organisaties zijn complexe organismen. De genomen maatregelen leiden altijd tot onvoorspelbare bij-effecten. Als de reorganisatie rond is en tot in de essenties doorgevoerd, dan had de volgende reorganisatie al moeten zijn begonnen. Intussen is immers de werkelijkheid alweer veranderd.

Eigenlijk zijn reorganisaties vergelijkbaar met populistische maatregelen. Ze geven een soort schijnverwachting van een betere wereld, die er ondanks alle goede bedoelingen toch nooit komt. Ook organisaties zijn maar beperkt maakbaar.

Maar ja, je moet toch wat?

Vrijheid
In “Vrijheid en stabiliteit” betoogde ik dat de regels en afspraken die organisaties maken juist de individuele vrijheid moeten borgen. Aanpassingsvermogen ontstaat door vrijheid te geven aan individuen om op veranderingen in hun omgeving in te spelen. Maar helaas, in de meeste organisaties wordt vooral vastgelegd wat moet. Er moet bovendien zoveel dat medewerkers het gevoel krijgen dat ze weinig mogen. Als niet nadrukkelijk is vastgelegd dat iets mag, dan durven medewerkers het niet. Dat leidt tot stagnatie

Conclusies?
Kunnen we hier conclusies uit gaan trekken?

Tja, kort door de bocht, maar toch, laten we eens een poging wagen:
1. Zorg dat organisaties uit kleine beweeglijke eenheden bestaan met een behoorlijke mate van autonomie. Ook binnen grote bedrijven. Juist binnen grote bedrijven! Daarmee voorkom je gedeeltelijk de verstarring die grote organisaties eigen is. De kleinere eenheden kunnen zich aanpassen aan hun markt zodra dat gewenst of noodzakelijk is.
2. Stel niet te veel regels, borg alleen het minimale, het echt noodzakelijke. En borg dat er vrijheid is. Borg de vrijheid! (kijk ook eens naar mijn visie op kwaliteitsborging: “Makkes van kwaliteitssystemen” op http://www.markensteijn.com/makkes.htm)
3. Vermijd grote, dure reorganisaties. Ze leveren vrijwel nooit op wat er van gehoopt wordt.
4. Als je reorganiseert doe het dan richting 1 en 2. Manage minder. En: verminder het management.

Reageer gerust op dit blog!

Tags: , , ,

Comments are closed.