Share             

 

 

Leiderschap
Management
Projectmanagement
Test
Actueel
Terzijde
Overzicht artikelen
Boekbesprekingen
Deze website
Wie ben ik?

Links

Home
Contact
Sitemap
Logboek

Zoeken

Aanbevolen:

Boekbespreking

 

     

bol.com Partner

 


English pages

Actueel

Boer Bos
Is Bush een wereldleider?

Boer Bos was altijd al de machtigste boer geweest. Ook veel andere boeren waren zeer welvarend. Andere boeren deden of ze welvarend waren, maar konden toch niet aan de eersten tippen. Boer Poet was er zo een. En dan waren er nog de armoedige keuterboertjes die ploeterden om te kunnen voortbestaan.
Boer Poet en boer Bos konden het heel lang niet goed met elkaar vinden. Sommige boeren waren bevriend met Poet. Andere boeren konden goed overweg met boer Bos, ze dachten over veel zaken hetzelfde en deden op dezelfde manier hun werk. Boer Bos werkte nauw met hen samen. Ze waren vrienden. Ook boer Poet had, zoals gezegd, vrienden. De vrienden rond Poet en de vrienden rond Bos stonden altijd op gespannen voet met elkaar.
Verandering kwam toen boer Poet geleidelijk overging naar ideeën en werkwijzen die meer pasten bij die van Bos en zijn vrienden. Ook de vrienden van Poet veranderden. Vaak nog sneller dan Poet zelf. Zo ontstonden nieuwe vriendschappen. De bedreiging van Poet en zijn oude vrienden verdween voor Bos.
Aanvankelijk leek dat positieve effecten te hebben. Naarmate de vijandschap afnam werden allerlei afspraken gemaakt die erop waren gericht te zorgen dat alle boeren het beter zouden krijgen. Alles zou veiliger, welvarender, schoner en mooier worden.
Toen ontdekte boer Bos dat, nu zijn grote vijanden er niet langer waren, hij niets meer te vrezen had. Waarom, zo dacht hij, moet ik zorgen voor anderen? Als ik mijn geld en arbeid ten eigen nutte aanwendt, wie zou mij dwars zitten? Niemand toch? Het gaat om mijn eigen zaken en de rest kan de pot op. Boer Bos meldde dat allerlei oude afspraken niet meer golden.
Alle andere boeren zagen dat met lede ogen aan. Hoe kon boer Bos dat nou doen? Dacht hij alleen op deze wereld te zijn?
Toen, op een dag, brandde er een schuur af bij boer Bos. De dader was snel bekend. Die dader was niet direct gelieerd aan een van de andere boeren. Een armlastige, eenkennige en gesloten boer gaf de dader onderdak en wilde hem niet uitleveren aan boer Bos. Toen die boer de dader niet wilde uitleveren kwam boer Bos met zijn mensen en jaagde de andere boer van zijn boerderij.
De overige boeren konden het daar, soms in meerdere, soms in mindere mate, wel mee eens zijn. Boer Bos mocht zijn gang gaan en een aantal boeren hielp hem daarbij actief.
Maar boer Bos ging verder. Hij stelde dat een bepaalde boer, boer Hoes, het met de dader van de brand goed kon vinden en daarom gevaarlijk was. Er waren wel boeren die boer Hoes ook een gevaarlijke boer vonden, maar hij deed al jaren niemand buiten zijn eigen erf kwaad, ze zagen geen reden om in te grijpen. Een boer is heer en meester over eigen grond, nietwaar? Verder had boer Hoes veel familie die naar dezelfde kerk als hij ging. Die familie keek wel altijd met een scheef oog naar boer Hoes omdat hij gevaarlijk was, maar het bleef familie en op dit moment deed hij geen gekke dingen tegen andere boeren.
Nu riep boer Bos dat boer Hoes ook van zijn boerderij verjaagd moest worden. Veel van zijn oude vrienden maanden Bos tot kalmte en wilden hem op de mogelijke gevolgen wijzen. Om een boer van zijn boerderij te jagen had je wel hele goede redenen nodig. Er vielen altijd gewonden bij en doden. Vele knechten en meiden konden sterven. Zij en hun kinderen sliepen op de boerderij.
Hoeveel leed zou dit gaan kosten? En wat werd er dan bereikt. Eén boer verjaagd, waarvan niet vaststond dat hij voor andere boeren bedreigend was. Hoe zou zijn familie dit opvatten?
Boer Bos reageerde minachtend, hij stelde dat zijn oude vrienden niet meer belangrijk voor hem waren als ze niet mee wilden doen aan het verjagen van boer Hoes. Hij moest en zou boer Hoes verjagen. Op laatst gebruikte hij zelfs het argument dat hij het deed voor de meiden en knechten van boer Hoes. Altijd mooi natuurlijk om op te komen voor de geknechten, maar lagen die nu niet juist in de vuurlinie door boer Hoes te verjagen?

En, hoe moest het verder gaan met de boerderij van boer Hoes wanneer Hoes zelf zou zijn verdreven?

Amerika´s macht, een inleiding

De Verenigde Staten zijn oppermachtig. Amerika is anno 2003 het machtigste land ter wereld. Niemand die daar aan twijfelt. Als het er om spant dan kan Amerika op eigen kracht doen wat het wil. Zelfs aan vrienden en bondgenoten laat Amerika dat steeds vaker fijntjes weten. Zelfs de Navo is irrelevant geworden, zo wordt al geopperd.
Bush en de VS staan voor eigenbelang op korte termijn. Daar moet de wereld zich naar schikken. De VS stelt zich steeds meer buiten de wereldgemeenschap. Zij vervreemdt zich van haar bondgenoten. Zij wordt intens gehaat door haar vijanden.
De VS is machtig. En toch kan de VS worden geraakt. Natuurlijk, iedereen kan worden geraakt. Maar ook de VS, en op eigen bodem nog wel. De VS heeft zich zo gehaat gemaakt dat ze tot doel werd gekozen. Met 11 september 2001 als droevigst resultaat.

Pas toen ik de beelden op de televisie zag kon ik geloven wat er was gebeurd. Bevatten was veel moeilijker. Tot diep in de nacht volgde ik de beelden. Zappend tussen alle zenders. Op de verjaardag van mijn oudste dochter nota bene. De mensen in de vensters, springende mensen. Mensen opgesloten in een toren. Elke vlucht uitgesloten.

Mensen kunnen dat elkaar aandoen. Veel meer mensen kunnen dat niet begrijpen en veroordelen zo´n misdaad zonder enig voorbehoud. Mensen over de hele wereld hadden compassie met de slachtoffers, met New York, met Washington, met de VS.
Bush vroeg de wereld hem te steunen in zijn strijd tegen terrorisme. De wereld steunde hem in hoge mate. Met angst in het hart soms. De VS vroegen steun zonder voorbehoud. De VS vroeg volgzaamheid. De VS dulden geen kritiek. Wie niet voor ons is, is tegen ons. En de wereld ging mee. Amerika is oppermachtig. Wie kan dan weigeren?
De wijze waarop Amerika steun verwierf wierp spanningen op.
Ook met vrienden kan je meningsverschillen hebben, toch? Misschien wel juist met vrienden. Bush en consorten accepteren dat niet. Wie kritisch is wordt verketterd. De Amerikaanse media doen mee. De Amerikanen baden zich in een orgie van patriottisme. Kritiekloos patriottisme.
Doof en blind. Oppermachtig. Bij haar vijanden roept Amerika nieuwe haat op. Bij haar vrienden bevreemding en vaak afkeer. Weerzin tegen de volstrekt kritiekloze volgzaamheid van het Amerikaanse volk jegens de leiders.

Amerika lijkt ook haar principes opzij te zetten ten faveure van het eigen belang. De VS staat voor volstrekt economisch liberalisme. Voor het recht van de sterkste. Maar, als het slecht gaat met de staalsector in de VS dan worden er muren opgetrokken tegen staal van buiten. Muren in de vorm van importheffingen. Principes zijn heilig tot ze tegen het eigenbelang op korte termijn ingaan. Dan zet je ze even gemakkelijk opzij.

Bush verwacht alles van de wereld. Maar de wereld hoeft niets van hem te verwachten.

Leiderschapsschaal

Europa (en dat geldt ook voor grote delen van de rest van de wereld) worstelt met haar houding tegenover de Verenigde Staten. Er is angst, afgunst, weerzin, maar ook bewondering. Er is enerzijds afhankelijkheid en er is anderzijds de hang naar eigen autonomie. Dit artikel gaat daar verder niet over. In dit artikel wordt George Bush jr. op de leiderschapsschaal gelegd en gewogen.

Achtereenvolgens wordt het leiderschap van Bush beschouwd vanuit de vijf leiderschapseigenschappen[i].

Enthousiasmerend vermogen, coalitie tegen terrorisme

De coalitie tegen het terrorisme kwam tot stand door een overeenkomst in gevoelens. De wereldleiders voelden allemaal dat op 11 september 2001 een grens werd overschreden die nooit overschreden had mogen worden. Dat schreeuwde om actie. Die schreeuw was er bij de VS en tal van andere landen. De coalitie tegen het terrorisme kwam er op basis van die overeenstemming van gevoelens. Zo startte het. Later werd dat anders, met name toen Irak moest worden aangevallen.

Bush heeft op basis van de macht van de VS zijn steun voor de aanval op Irak verworven. Macht doet anderen slikken. Zij willen zich niet ook de haat van de machtigste staat ter wereld op de hals halen. Ze stemmen in uit angst, niet uit overtuiging.
Maar angst wekt woede. Toegeven aan angst wekt schaamte. Opgelegde schaamte is vernederend. Vernederingen en woede voeden een verlangen tot weerstand. Het verlangen tot weerstand roept wraakzucht en haat op. En dus ook terrorisme. De huidige Amerikaanse acties zijn dus een krachtige voedingsbodem voor nieuw terrorisme. Dat mag toch eigenlijk niet het resultaat zijn.

Het enthousiasmerend vermogen van de Amerikanen jegens de rest van de wereld is nihil. Er is geen sprake van een lonkend perspectief voor allen. Het perspectief is gericht op de wens van de Amerikanen. De wereld wordt bedwongen met macht. Amerika is heer en meester.
Het enthousiasme van de Amerikanen wordt ingegeven door de dadendrang, de strijdlust, de oorlogen tegen het kwaad. De Amerikanen geloven daarin en krijgen wat ze willen. De president heeft een doel gevonden en een missie[ii]. Er wordt wel gezegd dat Bush zich als echte leider heeft ontpopt na 11 september. Hij heeft zijn missie gevonden, wordt gezegd.
De werkelijkheid is dat miljoenen Amerikanen op 11 september met verbijstering en woede naar de televisie keken. Die woede smeekte om daden.
Bush was onzichtbaar tot hij daden begon aan te kondigen.

Elke deejay kan op enthousiasme rekenen als hij de platen draait die het publiek waardeert.

De voorgenomen daden die Bush aankondigde kwamen tegemoet aan de wraaklustige verwachtingen van de Amerikanen. De president ging doen, zo zei hij, waar het volk om smeekte.
Er was sprake van overeenkomstige gevoelens, verlangens en wraakzucht tussen volk en president.

Het enthousiasme is niet gecreëerd door Bush, maar ingegeven door de omstandigheden. Bush heeft geen bijzondere vaardigheden ingezet om zijn volk achter zich te krijgen. Buiten Amerika is hij er nog veel minder in geslaagd mensen achter zich te krijgen.

Sociale vaardigheden, vriendschap verloren

Stel je bent al jaren bevriend met iemand. Jouw andere vrienden waren ook met hem bevriend. Samen was je sterk. Je deed alles samen. Als één van jullie bedreigd werd dan sprongen de anderen onmiddellijk bij. Jullie hadden samen één vijand, iemand die jullie niet mocht, met wie jullie niet door één deur konden. Als hij in de buurt kwam vormde jij met jouw vrienden altijd een front.
Dan treedt bij jullie vijand een wijziging in het denken op. Hij wordt bijvoorbeeld volwassen. Zijn karakter veranderd. Hij houdt op een vijand te zijn. Jullie hebben niets meer van hem te duchten. Hij ontpopt zichzelf als een partner waarmee te praten valt.
Tot jullie ontsteltenis keert jullie vroegere vriend zich nu min of meer van jullie af. Hij noemt tot jullie stomme verbazing de vriendschap en het verbond dat jullie samen hadden “irrelevant”. Hij praat niet meer tegen jullie of het is in bevelsvorm. Het irriteert hem als daar een weerwoord op komt. Het lijkt alsof hij is gaan denken dat ieder die hem weerspreekt tegen hem is. De oude vrienden begrijpen er niets meer van. Hun oude bondgenoot dreigt dingen te gaan doen, waarvan zij zien dat dit bij anderen grote weerzin, haat en vijandschap op zal roepen. De oude bondgenoot ziet het niet. Hij is overtuigd van zijn gelijk. Iedereen die het niet met hem eens is bestempelt hij, afhankelijk van het onderwerp, als laf, irrelevant, naïef of gevaarlijk.
De oude vriend kijkt om zich heen in zijn wereld, ziet de dingen op zijn eigen beperkte manier en denkt te weten wat hij moet doen, wat goed voor hem is. Hij lijkt daarbij volledig te worden verblind door zijn eigen macht. Hij neemt geen verantwoordelijkheid voor de gevolgen van zijn daden. Wie niet voor hem is is tegen hem en die zal hij klein krijgen. Hij is intussen zo sterk geworden dat hij iedereen klein kan krijgen en hij zal dat laten merken ook. Wat hij niet ziet (of wil zien) is dat zij die tegen hem zijn grotendeels tegen hem zijn omdat hij hen jarenlang heeft genegeerd en gekleineerd. Zijn volledige desinteresse voor hen en zijn gebrek aan respect, zijn veronachtzaming van de autonomie van anderen heeft hem gehaat gemaakt. En zij die hem haten worden opnieuw genegeerd en gekleineerd. Hij zaait haat waar hij juist zegt te vechten voor zijn eigen veiligheid. Zijn vrienden vrezen dat hij op een dag het slachtoffer zal worden van de nieuwe haat die hij zaait.
Wat de oude vrienden niet kunnen begrijpen is waarom ook zij worden gekleineerd en geschoffeerd. Waarom roept hun oude vriend dat ze achterlopen, dat ze laf zijn of dat ze oude denkbeelden hanteren op momenten dat zij welgemeend hun eigen mening geven. Waarom gunt hij hen die onafhankelijkheid niet? Waarom handelt hij zo respectloos?
Waarom worden de vrienden geacht precies te handelen naar de nukken van hun oude vriend, terwijl ze niet mee mogen praten en denken over de te volgen weg? Waarom mogen ze hem niet waarschuwen voor de destructiviteit van zijn weg?

Wij leven in een tijdsgewricht waarin Amerika meent dat het zonder vrienden kan. Vrienden zijn niet slechts zij die toevallig op dit moment dezelfde ideeën hebben, of belang hebben bij dezelfde handelingen. Vriendschap kenmerkt zich ook door een open verhouding, waarin ruimte is voor tegenweer. Een verhouding waarin je op zijn minst de bereidheid toont een dialoog te voeren en na te denken over de ideeën van elkaar.

Bush gedraagt zich niet sociaal vaardig.

Overtuigingskracht, Amerikaanse dooddoeners

De Amerikanen roepen graag dingen over het oude Europa en, als ze dingen doen waar Europeanen niet achterstaan, dan reppen ze van een nieuwe wereld, een andere realiteit, die in Europa nog niet begrepen wordt.
Maar, wat niet begrepen wordt kan normaal gesproken worden uitgelegd. Daartoe ondernemen de Amerikanen geen enkele poging. Roepen dat een ander jou niet begrijpt, zonder de andere überhaupt te willen overtuigen kan niet anders worden uitgelegd dan als een dooddoener.
Tegenargumenten worden genegeerd, maar zeker niet weerlegd. Wie niet de doctrines van de Verenigde Staten aanvaardt, die kan rekenen op dreigementen. Zij die zich verbaal verweren tegen het redeloos (reden-loos) woordengeweld van de VS voelen zich daardoor steeds machtelozer. Tegen een vriend (of opponent) die niet wil luisteren en die niet bereid is tot een toelichting van zijn standpunten, valt niet te redeneren. De VS proberen blijkbaar iedereen monddood te maken. Dat lukt niet. Wat kennelijk wel lukt is verwarring zaaien en angst niet door grote broer voor vol te worden aangezien. Een tactiek die op de korte termijn werkt. Maar, probeer het bij uw eigen vrienden, na verloop van tijd zullen zij u mijden als de pest. U drijft hen in elkanders armen waar ze eerst zullen uithuilen, maar vervolgens nieuwe kracht uit zullen putten.

Bush geeft er geen blijk van over veel overtuigingskracht te beschikken.

Analytisch vermogen, onvoorziene gevolgen?

Toen de Talibaan waren verslagen en Osama Bin Laden van de aardbodem verdwenen leek zocht Bush nieuwe vijanden om zich op te richten. De Amerikanen juichten nog. Hun zucht naar bloed was nog lang niet bevredigd. De denkbeeldige “as van het kwaad” werd daar licht als realiteit aanvaard. De VS wilden die achterlijke rest van de wereld nog een poepie laten ruiken. Wie naar ons wijst, die zal verdelgd worden! Wees gewaarschuwd kakkerlakken die geen Amerikanen zijdt!
Maar andere wereldleiders aarzelden al. De relatie tussen nieuwe acties en de daden van 11 september waren heel vaag. Wat zouden de gevolgen zijn van Amerika´s handelen? Was de kuur niet erger dan de kwaal?
Bush leek slechts het middel van de gezamenlijke vijand te kunnen hanteren om zijn “leiderschap” te blijven legitimeren. In de ogen van zijn volk heeft hij die legitimiteit nog. Voor de rest van de wereld brokkelt die af. Het bestrijden van de vijand Terrorisme lijkt steeds minder verenigbaar met het aanvallen van staten. Terrorisme is veel minder grijpbaar. De focus op staten die wellicht terrorisme steunen leidt af van de daadwerkelijke eliminatie van het terrorisme.
Voormalige terreurgroepen houden doorgaans op te bestaan als de scherpe kanten van conflicten verdwijnen, als terroristen een echte vijand ontberen. Terroristen ontberen die waar onvrede en haat afnemen. Onvrede en haat nemen doorgaans af als verschillen verkleinen. Verschillen verkleinen als mensen in gesprek raken en elkaar en hun diepere drijfveren, normen en waarden leren kennen en als het economisch beter gaat.

Bush levert allerlei potentiële terroristen haat en daarmee de ideale voedingsbodem voor terrorisme. Bush kiest voor handelingen op basis van zijn analyses. De gevolgen kunnen ernstiger zijn voor Amerika dan de gevolgen van niet-handelen. Amerika houdt weinig rekening met ongewenste gevolgen. De analyses lijken op zijn minst incompleet.

Materiedeskundigheid, de erkenning als leider

Bush werd eind 2001 plotseling erkend als “groot” leider. Alle Amerikanen schaarden zich achter hem. Toch gedroeg hij zich niet heel anders dan voor 11 september 2001. Het grote verschil werd gevormd door de acties die hij ondernam als reactie op de terreuraanslagen in New York. Hij kwam tegemoet aan de wraakgevoelens en de woede van de Amerikanen. Er moest iets gebeuren en wel iets heel grijpbaars en directs. Die wens heeft hij beantwoord. Hij is een oorlog gestart tegen de Talibaan in Afghanistan. De vraag naar bewijzen werd in het openbaar niet beantwoord. Die vraag was zelfs in bepaalde opzichten “not done”. Alle kwaad werd geprojecteerd op Osama Bin Laden en als afgeleide daarvan op de Talibaan omdat zij Bin Laden als gast accepteerden in het door hen gecontroleerde gebied[iii].
Elke getuigenis à decharge werd genegeerd. Natuurlijk waren er wel bewijzen tegen Bin Laden. Natuurlijk vormden de Talibaan een dictatoriaal en verwerpelijk regime. Maar als we vechten vanuit rechtvaardigheid en de waarden en normen van een rechtstaat dan is het niet meer dan normaal dat in het openbaar de vraag naar de legitimiteit van de acties wordt gesteld. En het is ook normaal dat deze wordt beantwoord. De pers en het parlement hebben hierin een eigen verantwoordelijkheid, zij moeten kritisch volgen wat de leiders doen. Oorlog voeren behoeft een zeer sterke motivering. Oorlog mag niet worden gevoerd vanuit primitieve wraakzucht, maar hooguit en alleen vanuit positief gestelde doelen.
Die waren er na 11 september 2001 wel, maar hadden dan ook geformuleerd moeten worden. Dat deze niet geformuleerd mochten worden is zeer bedenkelijk. Waar vechten we voor, waar vechten we tegen als we de meest fundamentele waarden van het Westen niet mogen hanteren om de doelen van zo’n oorlog te bevragen.

Spiegelen we het voorgaande aan het begrip materiedeskundigheid dan volgt voor Bush een zwakke beoordeling. Zaken die politiek als materiedeskundigheid kunnen worden gezien is het vermogen de omgeving te scannen, maar ook het vermogen een lonkend perspectief, een toekomstvisie neer te zetten.
Bush en Amerika werden overvallen door 11 september 2001. Amerika is en was in zichzelf gekeerd. Focus op eigen belangen en waarden, de hang naar amusement. Totaal onbegrip voor andere waarden en normen. Amerikanen scannen hun internationale omgeving nauwelijks. De kijk- en luistercijfers dicteren de samenstelling van het media-aanbod. Buitenland is een ver-van-mijn-bed. Buitenland scoort niet. Amerikanen kennen hun buitenland niet en interesseren zich er niet voor. In de Amerikaanse politiek is de aandacht op Amerika zelf gericht. Dat Amerika zelf belang heeft bij wat er buiten haar landsgrenzen gebeurt begrijpen weinig Amerikanen. Bush is een zoon van dit Amerika.
Amerika is ook niet in staat boven de materie te staan. Ken je de materie niet, dan kan je er ook niet bovenstaan. Amerika vertegenwoordigt dan ook, internationaal gezien geen visie die als hoger dan andere wordt gezien. Hoezeer Amerikanen ook mogen denken dat hun normen en waarden en hun manier van leven dat hogere vertegenwoordigt.
Amerika zet alleen voor eigen parochie een lonkend perspectief neer, namelijk een wereld waarin Amerikaanse waarden en normen wereldwijd zijn geaccepteerd en worden beleden. Het beeld dat van die waarden en normen wordt gegeven is zo Amerikaans en zo karikaturaal dat hier voor de rest van de wereld geen positieve aantrekkingskracht van uitgaat.

De politieke component, de materiedeskundigheid van de politicus, richt zich bij Bush dus zuiver op de eigen achterban[iv]. Het leiderschap is vanuit dit perspectief gezien volledig intern gericht.

Slotakkoorden

Is Bush een leider? Ja, hij heeft een leiderschapspositie. Ja, hij heeft macht. Ja, de Amerikanen achten zijn handelen legitiem.
Is Bush een groot leider? Hij is een belangwekkend leider. Hij is president op een cruciaal moment in de geschiedenis. Maar hij volgt de weg van de volkswil. Hij hoeft in eigen land nauwelijks iets te bevechten. Waar hij internationaal zijn doelen wil verwezenlijken kiest hij voor de weg van de macht. Het handelen van Amerika neemt daarbij machiavellistische trekken aan. Steun doet ertoe, dus steun wordt internationaal gezocht. Waar steun uitblijft wordt de opponent irrelevant verklaard. Alleen de steun van de steuners doet ertoe. Een tamelijk verstoorde, zo niet gestoorde, omgang met de werkelijkheid lijkt mij. Alleen iemand met heel veel macht kan zich zoiets permitteren, een ander niet. Drijven op macht is een teken dat leiderschap ontbreekt.
Beschikt Bush over leiderschapsvaardigheden? Ja, hij weet dat zijn volk enthousiast achter hem staat. Zijn soldaten trekken gemotiveerd ten strijde. De Amerikanen hoeven niet overtuigd te worden, zij nemen genoegen met de blik op de wereld zoals verwoord door de regering. Zij storten zich in grote onzekerheden op basis van gebrekkige analyses en nemen genoegen met het ontbreken van bewijzen die specifieke acties zouden moeten legitimeren.
Is Bush een internationaal geziene leider? Nee. Velen zijn met hem, omdat niet met hem zijn schadelijk voor henzelf is. Veel zijn niet met hem omdat ze zijn denkbeelden niet delen.

Bush ontbeert internationaal sociale vaardigheden, enthousiasmerend vermogen en overtuigingskracht.
De analyses van de Amerikaanse regering worden nauwelijks aanvaard buiten de grenzen van Amerika. En de Amerikaanse platte visie op de wereld als spiegel van de Amerikaanse werkelijkheid wordt verafschuwd of op zijn minst sterk genuanceerd.

Ja, Bush is een leider. Internationaal gezien is hij zeker geen grote leider. Tot op heden gebeurt wat hij wil. Want, wie in Amerika wil anders, en, wie buiten Amerika kan anders?

Maar, er is een groter Amerikaans president als wereldleider denkbaar. Dat zeker.

Een grote wereldleider zou streven naar doelvervlechting tussen de Amerikaanse visie en visies in de rest van de wereld. Een wereldleider brengt respect op voor verschillen en voor andere belangen. Een wereldleider weet dat op de lange termijn iedereen, ook hijzelf en zijn eigen land, het meest gebaat is bij het respecteren van de belangen van anderen.
Een groot leider gaat moeilijke zaken niet uit de weg. Een Amerikaanse grote leider gaat in Amerika uiteenzetten en uitleggen wat in datzelfde Amerika niet bekend is, onbemind. Amerika weet niet wat er speelt in de rest van de wereld. Een leider zorgt dat daar wèl een beeld van is, hij brengt de ver-van-mijn-bed-show dichtbij. Hij overtuigd zijn volk van het belang van het niet direct zichtbare. Hij gaat internationaal. Ook al weet hij dat hij daarmee zijn achterban niet het gemakkelijkst zoet zal houden.

Een groot leider weet wat hij wil, overtuigt eenieder van zijn wil en laat anderen willen wat hij wil.

Bergschenhoek, mei 2003


[ii] Hierbij dringt zich een vergelijking met Milosevic op. In Pristina hoorde Milosevic van wandaden tegen Serviërs. Daar begon hij vervolgens vanaf het balkon van het postkantoor over te praten. “Dit zou hij niet toelaten, dit mocht geen Serviër meer overkomen”. Milosevic vond in Pristina zijn doel. Het praten werd een vlammend betoog.

[iii] Erger is dat al deze projecties overgaan op alles wat islamitisch is. In die zin heeft het veel weg van de irrationele haat die in de geschiedenis zo vaak op de joden is botgevierd. Ook op hen werd het kwaad geprojecteerd. Elk gegeven werd zo gemanipuleerd (niet eens bewust) dat het tegen hen gebruikt kon worden.
En de pogroms barstten los. Er moest een daad worden gesteld. Iemand moest boeten. In die zin had de aanval op Afghanistan meer weg van een pogrom dan van een kruistocht zoals Bush in het begin onhandig formuleerde.
Een kruistocht heeft in de ogen van degenen die hem uitvechten een “positief” doel. Zij doen het voor hun geloof. Een pogrom heeft een absoluut negatief lading. Een pogrom vindt plaats op basis van haat, irrationele veroordelingen en wraakzucht.

[iv] Alleen in Amerika zelf zijn stemmen te halen. Gezien de macht van de Amerikaanse president is het voor de wereld heel gevaarlijk dat alleen Amerikanen zelf hun president mogen kiezen. Maar ja, kom daar maar eens mee aan …

 

Op de hoogte
blijven?

dat kan via:

Peter blogt ook
Reflecties op de actualiteit. Aankondigingen van nieuwe artikelen en ander opmerkelijks.

of via:

RSS-feed voor het weblog:

of:

Follow markensteijn on Twitter

 

Leiderschap
artikelen over dit onderwerp
Test
test de leiderschapskwaliteiten van u of uw baas
Actueel
aandacht voor actuele onderwerpen
Terzijde
losse ideeën, overwegingen en beschouwingen
Management
artikelen over management
Projectmanagement

artikelen over projectmanagement
Overzicht
Een overzicht van alle artikelen op deze site
Wie ben ik?
mijn motivatie, mijn credo en andere feiten
Nieuwsbrieven
alle recente nieuwsbrieven
Wisseltjes
anekdotes over mijn kinderen en andere onderwerpen

Projectmanagementsite
website met allerlei informatie over projectmatig werken

Index Bouwen
Artikelen gerelateerd aan mijn werkzaamheden binnen de bouwsector.

 

View Peter Markensteijn's profile on LinkedIn

 

Copyright © 2001- 2015 Peter Markensteijn. Alle rechten voorbehouden/All rights reserved.
Herzien/Revised: 20 juli 2009